Buitenlandse eigenaars in de Belgische voetbalarena: Stille verschuivingen en passief gedrag Pro League
In de schaduw van het felverlichte voetbalstadion onthullen recente ontwikkelingen in de Belgische voetbalwereld een intrigerend verhaal over veranderingen en beslissingen die de traditionele grenzen van het veld overschrijden. Belgische voetbalclubs zien een opvallende opkomst van buitenlandse eigenaars.

Deze onmiskenbare verschuiving roept vragen op over de intenties en motieven die Belgische eigenaars tegenover buitenlandse eigenaars hebben, en waarom deze nieuwe investeerders in de Belgische voetbalarena hun oog hebben laten vallen op clubs in ons land. Intrigerend genoeg lijkt er een verontrustende stilte te heersen rondom dit fenomeen, met de Pro League die weigert acties te ondernemen tegen deze opkomende trend.
Waarom trekken buitenlandse eigenaars naar België?
De motivaties achter deze overnames lijken dieper te gaan dan het louter bezitten van een voetbalclub. Buitenlandse investeerders zien de Belgische competitie als een vruchtbare bodem om te zaaien en te oogsten. Het valt wel op dat België het aantrekpunt is voor buitenlandse investeerders. Volgens sporteconoom Wim Lagae komt dit door de lage regulering in ons land: “Op vlak van voetballers buiten de Europese Unie zijn nauwelijks beperkingen. Zowel qua aantallen als minimumlonen. Bijvoorbeeld in Nederland bedraagt het minimumloon voor een voetballer buiten de Europese Unie ongeveer 350.000 euro en in België slechts 90.000 euro.”De reden dat Belgische voetbalclubs buitenlandse investeerders aanneemt is doordat ze zelf niet meer op eigen kracht een profclub kunnen blijven: “Voor sommige Belgische teams is het onmogelijk om zonder buitenlandse investeerders een profclub te blijven doordat ze een echte financiële slagader nodig hebben”, verklaart de sporteconoom. Vooral de kleinere clubs in ons land zijn in de handen van buitenlandse eigenaars. Volgens sportjournalist, Geert Heremans, lopen die kleinere voetbalverenigingen risico’s op onbetrouwbare figuren die investeren: “Bij de grotere clubs, zoals Standard bijvoorbeeld, zie je wel serieuze buitenlandse eigenaars die echt winst willen maken en de ploeg op hun best willen krijgen. Bij de kleinere teams heb je vaak verdachtere figuren rondlopen die dan een club kopen en werken met louche makelaars. Als je dat dan niet doorhebt, heb je wel een groot probleem. Neem als voorbeeld Eendracht Aalst met de Turkse eigenaars die toch wel grote fouten maken”.
Stilte van de Pro LeagueDe stilte van de Pro League roept op tot nadenken. Is het een bewuste keuze om deze buitenlandse invloeden onbesproken te laten, of is er een gebrek aan inzicht in de mogelijke gevolgen voor het Belgische voetballandschap? Volgens Geert Heremans doet de Pro League niets aan deze trend omdat ze de buitenlandse investeerders zien als meerwaarde aan onze competitie: “De Pro League is zich er zeker van bewust dat meer dan twee derde van de profclubs in buitenlandse handen ligt. Pas op, zij willen ook liever dat deze clubs gewoon nog in Belgische handen zijn, maar zij beseffen ook dat dit tijdens het huidige economische tijdperk niet kan. Als er strengere wetgevingen zouden komen dan gaan de buitenlandse investeerders wegblijven en dan zou onze competitie op Europees niveau niet meer kunnen meedraaien. Daarom besteed de Pro League er geen aandacht aan en als er kritiek op komt, zeggen ze gewoon dat zij daar niets aan kunnen doen.” Voetbal is een wereldsport waar een hele business achter zit. Kijk maar naar de UEFA Champions League die dit jaar voor het laatst met groepsfases werd gespeeld en het onlangs (terug) opkomende idee van de Super League. Vanaf volgend jaar zullen we naar de Champions League kijken in een compleet ander competitieformat met meer clubs. Het draait allemaal om geld. Elke competitie wilt groeien en daar zijn, zeker in België, buitenlandse investeerders voor nodig: “Als België regels gaat opleggen voor buitenlandse investeerders, die in andere landen niet gelden, dan concurreren ze zichtzelf compleet uit de markt. Zes à zeven clubs zouden dan nog kunnen meedraaien, maar al de rest heeft gewoon dat buitenlands geld nodig om te blijven concurreren”, verklaart de sportjournalist.
“Pro League kan bijna niet anders dan deze trend gewoon laten gebeuren”
De Pro League is gebonden aan de Europese regelgeving rond vrijemarkteconomie. Hierdoor kunnen nieuwe regels niet zo maar opgelegd worden: “De Pro League is gebonden aan de Europese regelgeving omtrent de vrijemarkteconomie. Indien er plots regels zouden gelden om buitenlandse investeerders meer buiten te houden, zouden deze geldschieters naar bijvoorbeeld de Europese Commissie trekken om daar hun gelijk te halen. De Pro League zou dan een rechtszaak aan hun been hebben en dat is een heel gedoe. Daarom is dit nog een meespelende factor waarom de Pro League bijna niet anders kan doen dan deze trend gewoon laten gebeuren”, verklaart de sportjournalist. Voor econoom en bestuurslid van Royal Antwerp, Jurgen Ingels, is het ook logisch dat de Pro League deze trend gewoon laat gebeuren en geen maatregelen neemt omdat het de kwaliteit van onze competitie verhoogt: “In het algemeen zorgen de buitenlandse investeerders er voor dat clubs betere transfers kunnen doen door het hogere kapitaalsvermogen. Hierdoor groeit de kwaliteit van onze competitie en kunnen we op Europees vlak beter meedraaien.”
Verschil in motieven van Belgische en buitenlandse eigenaars
In de Belgische voetbalcompetitie tekenen zich opvallende contrasten af tussen de motieven en intenties van buitenlandse en Belgische clubeigenaars. Terwijl de eigenaars van België gedreven zijn door een lokale betrokkenheid, gemeenschapsbanden en passie voor het spel, tonen buitenlandse eigenaars vaak een meer zakelijke benadering. Voor hen is het investeren in een Belgische voetbalclub niet alleen een sportieve onderneming, maar ook een strategische zet om wereldwijde markten te betreden: “Meestal staan Belgische eigenaars heel dicht bij de club en hun supporters. Buitenlandse eigenaars zien onze competitie veel meer als een ‘extra’ investering. Dat varieert natuurlijk wel van geval tot geval, dus ik durf er nog geen algemene conclusie uit te trekken”, verklaart Wim Lagae.
“Als speler voel je dat niet echt van buitenaf”
Een buitenlandse investering is in principe een goede zaak voor een voetbalclub. Al is dat niet het geval voor elke club. Denk maar aan KV Kortrijk of KV Oostende die zelfs failliet dreigt te gaan. Voor STTV was de overname van buitenlanders wel een goede zaak. Sinds 2017 ligt de Belgische voetbalclub volledig in Japanse handen. In dat jaar nam de club een opvallende wending toen Japanse investeerders het roer overnamen. Deze nieuwe eigenaars brachten niet alleen financiële stabiliteit, maar ook een unieke mix van culturele invloeden naar de club. Sindsdien heeft STVV een boeiend hoofdstuk toegevoegd aan zijn geschiedenis, waarbij de samensmelting van Oosterse en Westerse voetbalvisies de toekomst van de club vormgeeft. Voor de centrale middenvelder van STVV, Mathias Delorghe, is het als voetballer niet zo’n groot verschil om te spelen voor een club met Belgische eigenaars of een club met buitenlandse eigenaars: “Als speler voel je dat niet echt van buitenaf omdat we nog altijd onze supporters hebben en nog genoeg Belgen in onze ploeg hebben zitten.
Natuurlijk hebben we nu meer Japanse spelers dan vroeger. Op dat vlak merk je het dan wel als speler, maar voor de rest valt dat allemaal wel goed mee.” Mathias Delorghe speelde afgelopen seizoen nog op huurbasis bij Lierse, dat een Belgische eigenaar heeft. De jonge voetballer merkte tijdens dat seizoen wel een groot verschil tussen de twee clubs: “Het gevoel bij Lierse was toch wat familialer dan bij STVV. Dat komt doordat er zo goed als enkel Belgen binnen de club zijn en dat voelt toch wel anders als speler. Maar natuurlijk als voetballer moet je je aanpassen, dus uiteindelijk speelt dat toch niet zo’n grote rol.”
Na de overname van STVV was het voor assistent-trainer, Peter Delorghe, eerst wel even aanpassen aan de tradities en visies met de Japanners, maar momenteel is hij tevreden met de samenwerking: “In het begin is het natuurlijk aanpassen en wennen aan hun tradities en visies. De Japanse manier van ondernemen is natuurlijk ook heel verschillend tegenover de Europese manier, maar ik moet zeggen dat de samenwerking tussen de Belgen en de Japanners zeer vlot verloopt.”
Toekomstige perspectieven
In het complexe speelveld van het Belgische voetbal lijkt de trend van toenemende buitenlandse investeerders een blijvend kenmerk te worden voor de Jupiler Pro League. In een tijdperk waarin Europese voetbalcompetities voortdurend evolueren en internationaliseren, kan het aantrekken van externe financiering cruciaal zijn voor het handhaven van een competitief niveau. Hoewel deze stroom van buitenlands kapitaal de Pro League in staat stelt te groeien en haar positie op Europees niveau te versterken, is het niet zonder tegenstellingen. Het traditionele Belgische karakter van de competitie komt onder druk te staan, aangezien de invloed van buitenlandse investeerders verschuivingen teweegbrengt in zowel de clubstructuren als de sportieve dynamiek. Toch lijkt de Pro League weinig andere keuzes te hebben dan deze trend te omarmen. Het vermogen om nieuwe kapitaalstromen aan te trekken, verzekert niet alleen financiële stabiliteit maar creëert ook een platform voor het aantrekken van getalenteerde spelers en het bevorderen van de competitie als geheel.
De uitdaging voor de Pro League ligt nu in het vinden van een delicate balans tussen het omarmen van de voordelen van buitenlandse investeerders en het behouden van haar unieke Belgische voetbalidentiteit. Terwijl de competitie zijn groeitraject voortzet, zal het een voortdurende afweging zijn tussen het moderne gezicht van het voetbalbedrijf en het respecteren van de tradities die de Belgische voetbalcultuur hebben gevormd. In deze voortdurende evolutie blijft de vraag naar de juiste strategie een onbeantwoorde kwestie, en alleen de tijd zal onthullen hoe de Pro League deze delicate balans zal handhaven in haar streven naar voetbalsucces op Europees niveau.
